home    artikelen

 

 

Ingesleten patronen

 

 

Het zijn niet de dingen die gebeuren

die ons een bepaald gevoel geven.

Onze gevoelens komen voort

uit de houding die wij aannemen

tegenover de dingen die gebeuren.

 

                                              Marcus Aurelius

 

 

Veel van wat we doen, doen we automatisch, zonder erbij stil te staan, zonder er over na te denken.

En dat is maar goed ook, het stelt ons in staat om ons te concentreren op hetgeen we onder handen hebben.

Wanneer je dit leest hoef je gelukkig niet tegelijkertijd bewust je best te doen om rechtop te blijven zitten.

Als baby hebben we daar veel moeite voor moeten doen, maar toen we het eenmaal onder de knie hadden, nam onze automatische piloot het over. Je hoeft bij het lezen ook niet bewust je best te doen om deze rare tekens, die we Arabisch schrift noemen, stuk voor stuk te herkennen, aan elkaar te rijgen tot woorden, de betekenis van elk woord in je geheugen op te zoeken en die betekenissen aan elkaar te verbinden tot de betekenis van de zin.

 

Eigenlijk is het  lezen zo automatisch geworden dat we ons niet meer realiseren dat letters en woorden toevallige symbolen zijn voor bepaalde klanken, welke op hun beurt weer toevallige symbolen zijn voor bepaalde voorwerpen en betekenissen.

Als we het woord 'boek' zien, zien we niet de letters b,o,e, en k, maar we zien onmiddellijk een aantal leesbare pagina’s in een kaft voor ons geestesoog opdoemen.

Door dit automatisme is het alsof het woord 'boek' praktisch samenvalt met zijn betekenis.

In werkelijkheid valt het woord 'boek' natuurlijk niet samen met het voorwerp. Wat het woord en het ding verbindt is een afspraak, een afspraak dat bepaalde tekens, in bepaalde volgorde gebruikt worden om een bepaald ding aan te duiden.

Deze afspraak is in het Nederlands taalgebied zo’n volstrekte vanzelfsprekendheid, dat we die afspraak eigenlijk nooit ter discussie stellen; sterker nog, we zijn ons het bestaan van die afspraak maar hoogst zelden bewust.

 

Door voortdurend dezelfde afspraak te hanteren lijkt deze een waarde, een echtheid te krijgen die boven deze afspraak uitgaat: zo smaakt het woord kakouw veel minder naar chocolade, is minder 'echt' dan cacao.

 

Samenvattend kunnen we tot de volgende conclusies komen:

a.     De betekenis van een woord berust op een afspraak.

b.     Deze afspraak wordt door sommigen gedeeld (de Nederlands sprekenden), door anderen niet.

c.     We beschouwen die afspraak over het algemeen als volstrekt logisch.

d.     We hanteren die afspraak automatisch, onbewust

e.     De afspraak krijgt door het automatische en veelvuldige gebruik een schijnwaarde, een schijnechtheid, die boven de afspraak lijkt uit te stijgen.

 

Wat voor woorden en hun betekenis geldt, geldt ook voor ander zaken in het leven.

Als je autorijdt valt een van rechtskomende andere auto praktisch samen met een rembeweging. Als je druk met iemand in gesprek bent is er een goede kans dat je je van dat remmen niet eens bewust bent, laat  staan van de afspraak dat verkeer van rechts, bij ons, op gelijkwaardige wegen, voorrang heeft.

Schematisch kun je wat er gebeurt in deze verkeerssituatie weergeven als:

 

gebeurtenis à afspraak à reactie.

 

Dit schema gaat ook op voor sociale gebeurtenissen. Stel je zit met je gezin ’s avonds gezellig thuis. Ineens gaat de deurbel en je kijkt verheugd op. 'Niet noodzakelijk' denkt je wellicht, 'het zou me eerder storen'. Er zijn dus minstens twee reacties mogelijk op dezelfde gebeurtenis, het rinkelen van de deurbel. Hoe komt dat? Dat komt door hetgeen zich tussen de gebeurtenis (het rinkelen van de deurbel) en de reactie (een blij gevoel, dan wel ergernis) afspeelt. Anders gezegd: het verschil in reactie op dezelfde situatie ontstaat door verschillende afspraken over de betekenis van het rinkelen van de deurbel. Als je in een gezin bent opgegroeid waar bezoek altijd welkom was, afleiding, gezelligheid en vreugde betekende dan was de afspraak: bezoek ontvangen vinden we leuk en mogelijk aankondiging van visite, de deurbel, roept via die afspraak een blijde verwachting op. Werd in uw gezin daarentegen meestal met spanning gereageerd, met kreten als ‘Oh, Jee, ik heb niets in huis’, of: ‘Als het de Jansens maar niet zijn’, dan is stilzwijgend de afspraak ontstaan dat het geluid van de deurbel bedreiging betekent.

 

We kunnen nu voor sociale situaties dezelfde conclusies trekken als we eerder deden met woorden en hun betekenis:

 

A. De betekenis die wij aan een bepaalde situatie geven berust op een afspraak.  

We kunnen ook zeggen: het gevoel dat een bepaalde situatie bij ons oproept, is niet het gevolg van die gebeurtenis, maar van de afspraken die wij met ons zelf hebben gemaakt.

Of je je blij of geërgerd voelt door het gaan van de bel, zit niet in het rinkelen van de deurbel, maar komt voort uit de afspraak, uit wat jij denkt als de deurbel rinkelt.

 

Een ander voorbeeld: meneer Pietersen heeft zijn vrouw beloofd om als hij uit zijn werk komt bij de stomerij langs te gaan om een jurk van zijn vrouw op te halen. Precies die jurk die zijn vrouw die avond aan wil om naar een feest te gaan. Meneer Pietersen komt  thuis nadat de winkels gesloten zijn en is vergeten om de jurk op te halen. Het gevolg is dat mevrouw Pietersen boos is op haar man.

 

We herinneren ons het schema:

 

gebeurtenis    à    afspraak    à     reactie

 

man vergeet jurk         à              vrouw boos

 

 

De boosheid van mevrouw Pietersen lijkt veroorzaakt door de vergeetachtigheid van haar man. Maar kijken we naar het schema, dan is dat niet juist, de boosheid is een gevolg van de afspraak die mevrouw Pietersen met zichzelf heeft gemaakt.

 

In feite is er sprake van een serie met elkaar samenhangende afspraken:

1.     Mevr. Pietersen heeft met zichzelf afgesproken dat ze die bepaalde jurk zal aantrekken.

2.     Ook heeft ze met zichzelf afgesproken dat ze zich in die jurk het prettigst zal voelen.

3.     Verder heeft ze de afspraak dat als haar voornemens niet doorgaan ze boos zal worden.

4.     Ten slotte heeft ze de afspraak dat als iemand iets vergeet waardoor zij zich benadeeld voelt, die andere persoon fout is.

 

En afspraken zijn arbitrair, d.w.z. ze zijn niet in zichzelf juist of niet juist, waar of niet waar. Ze zijn zonder meer te vervangen door andere afspraken. Laten we dat eens doen voor de bovenstaande vier afspraken:

 

1.     Mevr. Pietersen heeft met zichzelf de afspraak dat ze die jurk zal aantrekken die haar, uit de dan beschikbare voorraad,  het meest aanspreekt.

2.     Ze heeft de afspraak met zichzelf dat ze zich in een oude spijkerbroek net zo plezierig voelt als in een nieuwe galajurk.

3.     Harmonie met haar man is veel belangrijker dan 'haar zin krijgen'

4.     Als iemand iets vergeet is dat een teken dat hij zich met iets anders heeft beziggehouden, iets dat misschien veel belangrijk is dan haar eigen kwestie.

 

We zien nu dat als Mevr. Pietersen deze laatste vier afspraken met zichzelf had in plaats van de eerste vier zij beslist niet boos zou zijn op haar man. Het is dus niet de gebeurtenis zelf, het vergeten van de jurk, die de boosheid oproept, maar het zijn de afspraken die Mevr. Pietersen met zichzelf gemaakt heeft, die de oorzaak zijn van haar boosheid.

 

We kunnen dit ook nog op een andere manier aantonen. Stel namelijk dat  mevr. Pietersen, nu noodgedwongen, in een andere jurk naar het feest gaat, en daar een mevrouw treft in exact dezelfde jurk als die van mevr. Pietersen die nu in de stomerij hangt. Tien tegen één dat mevr. Pietersen erg blij is dat haar man vergeten is om de bewuste jurk op te halen. Dezelfde gebeurtenis (het vergeten van de jurk), maar een heel ander gevoel.

 

B. Afspraken worden door sommige mensen gedeeld, door anderen niet.

De afspraak: het is belangrijk in wat voor jurk ik op een feest verschijn zullen velen misschien bij zichzelf herkennen. Anderen hebben wellicht de afspraak met zichzelf: als iemand mijn kleding belangrijker vind dan mijzelf, dan hoef ik al niet meer.

 

C. We beschouwen onze afspraken als volstrekt logisch.

Als we mevr. Pietersen zouden voorhouden dat het helemaal niet noodzakelijk is om boos te worden op haar man, zal ze wellicht iets zeggen in de trant van: iedereen zou in zo’n geval toch boos worden. Waarschijnlijk is ze veel vaker boos geweest als iemand iets niet deed waar zij haar zinnen op had gezet. Door die herhaling krijgt haar reaktie van boosheid voor haarzelf een grote vanzelfsprekendheid.

 

D. We hanteren onze afspraken automatisch, onbewust.

Omdat ze zich niet bewust is dat er tussen de gebeurtenis (het vergeten van haar jurk) en haar gevoel (benadeeld zijn/boosheid), een aantal toevallige afspraken zitten, vindt ze dat haar boosheid logisch is en onvermijdelijk uit de gebeurtenis voortvloeit.

Dat is de prijs die we betalen voor het automatisch laten verlopen  van dit soort processen. De winst die het automatisme oplevert is natuurlijk dat we niet bij alles wat zich voordoet hoeven bedenken hoe we daar op zullen reageren.

 

Zoals we zagen in het voorbeeld van mevr. Pietersen is er vaak sprake van een aantal samenhangende afspraken. Het is niet onwaarschijnlijk dat mevr. Pietersen op basis van dit systeem van afspraken met zichzelf in veel situaties zal reageren met zich snel benadeeld voelen en gauw boos zijn. Dit standaard gedrag dat in veel verschillende situaties zal optreden kunnen we een reactiepatroon noemen.

 

E. Samenhangende afspraken die we veelvuldig hanteren, worden zo automatisch en daarmee schijnbaar logisch, dat we aan dat systeem van afspraken waarheidsgehalte toekennen, we verheffen dat systeem dan tot norm.

Bijv. ik vind het jammer dat je nu net op dit moment vergeten bent om mijn jurk op te halen wordt: je beloftes niet nakomen is moreel verwerpelijk. We hebben dan onze arbitraire, toevallige afspraken met onszelf verheven tot iets dat algemeen geldigheid lijkt te hebben, en we kennen er een absolute morele waarde aan toe.

 

Het geheel van onze reactiepatronen, normen en waarden, dat dus dient om vrij automatisch met de wereld om ons heen om te kunnen gaan, en wat in de grond bestaat uit toevallige afspraken, beschouwen we, ervaren we, als ons ik, onze persoonlijkheid, als datgene wat ons wezen uitmaakt en ons onderscheidt van anderen.

 

Schematisch kunnen we het voorgaande als volgt samenvatten:

 

Ik

Waarden en normen

Reactiepatronen

Gebeurtenissenà reacties

Gebeurtenissenà afsprakenà reacties

 

We kunnen hier het volgende bij opmerken:

1.     Elke stap naar boven is een veralgemenisering van het voorgaande.

2.     Hoe verder we naar boven gaan, hoe meer bestaansrecht, waarde, geldigheid we toekennen. (vgl. bijv. de reeks: afspraken, regels, wetten, grondwet)

3.     Het is niet zo dat wij zelf als individu die veralgemeniseringen maken, we krijgen het als het ware in zijn geheel met de paplepel ingegoten.

4.     In de praktijk doen we het voorkomen alsof een lagere stap uit een hogere voortkomt, we denken dat ons gedrag bepaald wordt door de normen die we hebben.

 

Het je weer bewust maken van je eigen gedachtes, je oude vaste afspraken met jezelf, kan helpen om ze in te wisselen voor gedachtes en afspraken waar je je prettiger bij voelt.


Zie ook: Martin E. Segal:  De lachende Boeddha
Drs. Hans Knibbe:
Voorbij het onderscheid psychotherapie-spiritualiteit.

gratis cursus

 

©: Drs. Bert Hendriks. www.openoog.com

 

 

Een aantal Irrationele gedachtes:

 

1. Het idee dat het voor een volwassene nodig is om geliefd en gerespecteeerd te worden door zowat iedere belangrijke persoon uit zijn omgeving.

2. Het idee dat iemand in alle opzichten volkomen adekwaat, kompetent en succesvol moet zijn om zichzelf de moeite waard te kunnen vinden.

3.  Het idee dat bepaalde mensen slecht of gemeen zijn en dat zij streng aangepakt of gestraft dienen te worden.

4.  Het idee dat het verschrikkelijk of rampzalig is als de dingen niet zo zijn als jij dat graag zou willen.

 5. Het idee dat je afhankelijk bent van anderen en dat je iemand nodig hebt die sterker is dan jezelf om op te vertrouwen.

6.  Het idee dat men zich druk dient te maken over de problemen en moeilijkheden van anderen.

7.  Het idee dat er een onveranderlijke, juiste en perfekte oplosssing is voor ieder menselijk probleem en dat het rampzalig is als je die perfekte oplossing niet vindt.

 

Albert Ellis o.a. in : Diekstra en Dassen: 

Rationele Therapie. isbn: 90 265 0237

 

  

Naar hoofdpagina