die
ons een bepaald gevoel geven.
Onze
gevoelens komen voort
uit
de houding die wij aannemen
tegenover
de dingen die gebeuren.
Veel van wat we doen, doen we automatisch,
zonder erbij stil te staan, zonder er over na te denken.
En dat is maar goed ook, het stelt ons in
staat om ons te concentreren op hetgeen we onder
handen hebben.
Wanneer je dit
leest hoef je gelukkig niet tegelijkertijd bewust je best te doen om rechtop te
blijven zitten.
Als baby hebben we daar veel moeite voor
moeten doen, maar toen we het eenmaal onder de knie hadden, nam onze
automatische piloot het over. Je hoeft bij het lezen ook niet bewust je best te
doen om deze rare tekens, die we Arabisch schrift noemen, stuk voor stuk te
herkennen, aan elkaar te rijgen tot woorden, de betekenis van elk woord in je
geheugen op te zoeken en die betekenissen aan elkaar te verbinden tot de
betekenis van de zin.
Eigenlijk is het lezen zo automatisch geworden dat we
ons niet meer realiseren dat letters en woorden toevallige symbolen zijn voor
bepaalde klanken, welke op hun beurt weer toevallige symbolen zijn voor
bepaalde voorwerpen en betekenissen.
Als we het woord 'boek' zien, zien we niet
de letters b,o,e, en k, maar we zien onmiddellijk een
aantal leesbare pagina’s in een kaft voor ons geestesoog opdoemen.
Door dit automatisme is het alsof het woord
'boek' praktisch samenvalt met zijn betekenis.
In werkelijkheid valt het woord 'boek'
natuurlijk niet samen met het voorwerp. Wat het woord en het ding verbindt is een afspraak, een afspraak dat bepaalde tekens,
in bepaalde volgorde gebruikt worden om een bepaald ding aan te duiden.
Deze afspraak is in het Nederlands
taalgebied zo’n volstrekte vanzelfsprekendheid, dat we die afspraak eigenlijk
nooit ter discussie stellen; sterker nog, we zijn ons het bestaan van die
afspraak maar hoogst zelden bewust.
Door voortdurend dezelfde afspraak te
hanteren lijkt deze een waarde, een echtheid te krijgen die boven deze afspraak
uitgaat: zo smaakt het woord kakouw veel minder naar chocolade, is minder
'echt' dan cacao.
Samenvattend kunnen we tot de volgende conclusies komen:
a.
De
betekenis van een woord berust op een afspraak.
b.
Deze
afspraak wordt door sommigen gedeeld (de Nederlands sprekenden), door anderen
niet.
c.
We
beschouwen die afspraak over het algemeen als volstrekt logisch.
d.
We
hanteren die afspraak automatisch, onbewust
e.
De
afspraak krijgt door het automatische en veelvuldige gebruik een schijnwaarde,
een schijnechtheid, die boven de afspraak lijkt uit te stijgen.
Wat voor woorden en hun betekenis geldt, geldt ook voor ander zaken
in het leven.
Als je autorijdt
valt een van rechtskomende andere auto praktisch samen met een rembeweging. Als
je druk met iemand in gesprek bent is er een goede kans dat je je van dat
remmen niet eens bewust bent, laat staan van de afspraak dat verkeer van
rechts, bij ons, op gelijkwaardige wegen, voorrang heeft.
Schematisch kun je wat er gebeurt in deze verkeerssituatie
weergeven als:
gebeurtenis à afspraak à reactie.
Dit schema gaat ook op voor sociale gebeurtenissen. Stel je zit met
je gezin ’s avonds gezellig thuis. Ineens gaat de deurbel en je kijkt verheugd
op. 'Niet noodzakelijk' denkt je wellicht, 'het zou me eerder storen'. Er zijn
dus minstens twee reacties mogelijk op dezelfde gebeurtenis, het rinkelen van
de deurbel. Hoe komt dat? Dat komt door hetgeen zich
tussen de gebeurtenis (het rinkelen van de deurbel) en de reactie (een blij
gevoel, dan wel ergernis) afspeelt. Anders gezegd: het verschil in reactie op
dezelfde situatie ontstaat door verschillende afspraken over de betekenis van
het rinkelen van de deurbel. Als je in een gezin bent opgegroeid waar bezoek
altijd welkom was, afleiding, gezelligheid en vreugde betekende dan was de
afspraak: bezoek ontvangen vinden we leuk en mogelijk
aankondiging van visite, de deurbel, roept via die afspraak een blijde
verwachting op. Werd in uw gezin daarentegen meestal
met spanning gereageerd, met kreten als ‘Oh, Jee, ik heb niets in huis’, of:
‘Als het de Jansens maar niet zijn’, dan is stilzwijgend de afspraak ontstaan
dat het geluid van de deurbel bedreiging betekent.
We kunnen nu voor sociale situaties
dezelfde conclusies trekken als we eerder deden met woorden en hun betekenis:
A. De betekenis die wij aan een bepaalde
situatie geven berust op een afspraak.
We kunnen ook zeggen: het gevoel dat een
bepaalde situatie bij ons oproept, is niet het gevolg van die gebeurtenis, maar
van de afspraken die wij met ons zelf hebben gemaakt.
Of je je blij of geërgerd voelt door het
gaan van de bel, zit niet in het rinkelen van de deurbel, maar komt voort uit
de afspraak, uit wat jij denkt als de deurbel rinkelt.
Een ander voorbeeld: meneer
Pietersen heeft zijn vrouw beloofd om als hij uit zijn werk komt bij de
stomerij langs te gaan om een jurk van zijn vrouw op te halen. Precies die jurk
die zijn vrouw die avond aan wil om naar een feest te gaan. Meneer Pietersen komt thuis nadat de
winkels gesloten zijn en is vergeten om de jurk op te halen. Het gevolg is dat
mevrouw Pietersen boos is op haar man.
We herinneren ons het schema:
gebeurtenis à afspraak
à reactie
man vergeet jurk à vrouw boos
De boosheid van mevrouw Pietersen lijkt
veroorzaakt door de vergeetachtigheid van haar man. Maar kijken we naar het
schema, dan is dat niet juist, de boosheid is een gevolg van de afspraak die
mevrouw Pietersen met zichzelf heeft gemaakt.
In feite is er sprake van een serie met
elkaar samenhangende afspraken:
1.
Mevr.
Pietersen heeft met zichzelf afgesproken dat ze die bepaalde jurk zal
aantrekken.
2.
Ook
heeft ze met zichzelf afgesproken dat ze zich in die jurk het prettigst zal
voelen.
3.
Verder
heeft ze de afspraak dat als haar voornemens niet doorgaan ze boos zal worden.
4.
Ten
slotte heeft ze de afspraak dat als iemand iets vergeet waardoor zij zich
benadeeld voelt, die andere persoon fout is.
En afspraken
zijn arbitrair, d.w.z. ze zijn niet in zichzelf juist of niet juist, waar of
niet waar. Ze
zijn zonder meer te vervangen door andere afspraken. Laten we dat eens doen
voor de bovenstaande vier afspraken:
1.
Mevr.
Pietersen heeft met zichzelf de afspraak dat ze die jurk zal aantrekken die
haar, uit de dan beschikbare voorraad, het meest aanspreekt.
2.
Ze heeft de afspraak met zichzelf dat ze zich in een oude
spijkerbroek net zo plezierig voelt als in een nieuwe galajurk.
3.
Harmonie
met haar man is veel belangrijker dan 'haar zin krijgen'
4.
Als iemand
iets vergeet is dat een teken dat hij zich met iets anders heeft beziggehouden,
iets dat misschien veel belangrijk is dan haar eigen kwestie.
We zien nu dat als Mevr. Pietersen deze laatste vier afspraken met
zichzelf had in plaats van de eerste vier zij beslist niet boos zou zijn op
haar man. Het is dus niet de gebeurtenis zelf, het vergeten van de jurk, die de
boosheid oproept, maar het zijn de afspraken die Mevr. Pietersen met zichzelf
gemaakt heeft, die de oorzaak zijn van haar boosheid.
We kunnen dit ook nog op een andere manier aantonen. Stel namelijk dat mevr. Pietersen,
nu noodgedwongen, in een andere jurk naar het feest gaat, en daar een mevrouw
treft in exact dezelfde jurk als die van mevr. Pietersen die nu in de stomerij
hangt. Tien tegen één dat mevr. Pietersen erg blij is dat haar man vergeten is
om de bewuste jurk op te halen. Dezelfde gebeurtenis (het vergeten van de
jurk), maar een heel ander gevoel.
B. Afspraken worden door sommige mensen gedeeld, door anderen niet.
De afspraak: het is belangrijk in wat voor jurk ik op een feest
verschijn zullen velen misschien bij zichzelf herkennen. Anderen hebben
wellicht de afspraak met zichzelf: als iemand mijn kleding belangrijker vind
dan mijzelf, dan hoef ik al niet meer.
C. We beschouwen onze afspraken als
volstrekt logisch.
Als we mevr. Pietersen zouden
voorhouden dat het helemaal niet noodzakelijk is om boos te worden op haar man,
zal ze wellicht iets zeggen in de trant van: iedereen zou in zo’n
geval toch boos worden. Waarschijnlijk is ze veel vaker boos geweest als iemand
iets niet deed waar zij haar zinnen op had gezet. Door die herhaling krijgt
haar reaktie van boosheid voor haarzelf een grote
vanzelfsprekendheid.
D. We hanteren onze afspraken automatisch,
onbewust.
Omdat ze zich niet bewust is dat er tussen
de gebeurtenis (het vergeten van haar jurk) en haar gevoel (benadeeld
zijn/boosheid), een aantal toevallige afspraken zitten, vindt ze dat haar
boosheid logisch is en onvermijdelijk uit de gebeurtenis voortvloeit.
Dat is de prijs die we betalen voor het
automatisch laten verlopen
van dit soort processen. De winst die het automatisme oplevert is
natuurlijk dat we niet bij alles wat zich voordoet hoeven bedenken hoe we daar
op zullen reageren.
Zoals we zagen in het voorbeeld van mevr. Pietersen is er vaak
sprake van een aantal samenhangende afspraken. Het is niet onwaarschijnlijk dat
mevr. Pietersen op basis van dit systeem van afspraken met zichzelf in veel
situaties zal reageren met zich snel benadeeld voelen en gauw boos zijn. Dit
standaard gedrag dat in veel verschillende situaties zal optreden kunnen we een
reactiepatroon noemen.
E. Samenhangende afspraken die we
veelvuldig hanteren, worden zo automatisch en daarmee schijnbaar logisch, dat
we aan dat systeem van afspraken waarheidsgehalte toekennen, we verheffen dat
systeem dan tot norm.
Bijv. ik vind het
jammer dat je nu net op dit moment vergeten bent om mijn jurk op te
halen wordt: je beloftes niet nakomen is moreel verwerpelijk. We hebben dan
onze arbitraire, toevallige afspraken met onszelf verheven tot iets dat
algemeen geldigheid lijkt te hebben, en we kennen er een absolute morele waarde
aan toe.
Het geheel van onze reactiepatronen, normen
en waarden, dat dus dient om vrij automatisch met de wereld om ons heen om te
kunnen gaan, en wat in de grond bestaat uit toevallige afspraken, beschouwen
we, ervaren we, als ons ik, onze persoonlijkheid, als
datgene wat ons wezen uitmaakt en ons onderscheidt van anderen.
Schematisch kunnen we het voorgaande als volgt samenvatten:
Ik
Waarden en normen
Reactiepatronen
Gebeurtenissenà reacties
Gebeurtenissenà afsprakenà reacties
We kunnen hier het volgende bij opmerken:
1.
Elke
stap naar boven is een veralgemenisering van het voorgaande.
2.
Hoe
verder we naar boven gaan, hoe meer bestaansrecht, waarde, geldigheid we
toekennen. (vgl. bijv. de reeks: afspraken, regels, wetten, grondwet)
3.
Het is
niet zo dat wij zelf als individu die veralgemeniseringen maken, we krijgen het
als het ware in zijn geheel met de paplepel ingegoten.
4.
In de
praktijk doen we het voorkomen alsof een lagere stap uit een hogere voortkomt,
we denken dat ons gedrag bepaald wordt door de normen die we hebben.
Het je weer bewust maken van je eigen gedachtes, je oude vaste
afspraken met jezelf, kan helpen om ze in te wisselen voor gedachtes en
afspraken waar je je prettiger bij voelt.
Zie ook:
Voorbij
het onderscheid psychotherapie-spiritualiteit.
©: Drs. Bert
Hendriks. www.openoog.com
Een aantal Irrationele gedachtes:
1.
Het idee dat het voor een volwassene nodig is om geliefd en gerespecteeerd te
worden door zowat iedere belangrijke persoon uit zijn omgeving.
2.
Het idee dat iemand in alle opzichten volkomen adekwaat, kompetent en succesvol
moet zijn om zichzelf de moeite waard te kunnen vinden.
3. Het idee dat bepaalde mensen slecht of gemeen zijn en
dat zij streng aangepakt of gestraft dienen te worden.
4. Het idee dat het verschrikkelijk of rampzalig is als de dingen
niet zo zijn als jij dat graag zou willen.
5. Het idee dat je afhankelijk bent van anderen
en dat je iemand nodig hebt die sterker is dan jezelf om op te vertrouwen.
6.
Het idee dat men zich druk
dient te maken over de problemen en moeilijkheden van anderen.
7.
Het idee dat er een
onveranderlijke, juiste en perfekte oplosssing is voor ieder menselijk probleem
en dat het rampzalig is als je die perfekte oplossing niet vindt.
Albert Ellis o.a. in : Diekstra en Dassen:
Rationele Therapie. isbn: 90 265 0237