naar hoofdpagina veranderen meer oefeningen boeken
Geluk kun je
maken
Stefan Klein: Verhoog je gevoel van welbevinden
Roos Vonk: Welke activiteiten maken mensen
gelukkig?
Melvin Morse: Versterk je gezondheid
F.Sterk en Sj. Swaen: Kweek een positieve instelling
Richard Wiseman: Word een geluksvogel
Met tips en oefeningen
Enkele aantekening naar
aanleiding van
Stefan Klein: De geluksformule.
Amsterdam:
Ambo, 2003.
Uitspraken in dit boek zijn gebaseerd op
wetenschappelijk onderzoek, zoals: neuro fysiologisch onderzoek,
hersenonderzoek d.m.v. pet-scans en sociaal-psychologisch onderzoek.
Als je je gelukkig voelt gaat je hartslag 3
tot 5 slagen per minuut omhoog, de huidtemperatuur stijgt met een tiende graad
en de spanning in de spieren bij de ledematen verandert. Van dat laatste kunnen
we gebruik maken via de omgekeerde weg: lichaamsbeweging verhoogt het gevoel
van welzijn. Zo ook bewuste spierontspanning.
Het zijn niet de prettige bezigheden,
gedachtes, herinneringen of verwachtingen op zich die ons een goed gevoel
geven, het lichaam reageert op die gedachtes met verandering van spierspanning
en het aanmaken van hormonen. De hersenen registreren dat, en dát geeft ons een
groter geluksgevoel.
Hoe vaker je jezelf een geluksgevoel
bezorgt, door leuke dingen te doen en/of aan prettige dingen te denken, hoe
meer geluksverbindingen de hersenen vormen: de hardware wordt veranderd!
Emoties ontstaan onwillekeurig, je kunt er
niet voor kiezen om (bijv.) wel of niet bang te zijn.
Pas als we ons onze emoties bewust zijn, ze
kunnen benoemen, spreken we van gevoel.
Die gevoelens kunnen we wél veranderen door
na te denken (ik hoef niet bang te zijn voor een muis, hij is ongevaarlijk) of
door bewust aan prettige dingen te denken.
Het lichaam heeft eerder weet van sympathie
of antipathie dan ons bewustzijn. We reageren vaak met aantrekking of afstoting nog voor
dat we dat zelf in de gaten hebben. Dit vormt een wetenschappelijke fundering
van wat wij doorgaans intuďtie noemen.
Een goed contact met je lichaam, door
focussen of pendelen kan je bewustmaken van wat je op
het niveau van je lichaam al weet.
Lust en onlust dienen om dat te doen of te
laten wat goed voor ons of onze soort is: goed is o.a.: eten, drinken, sex,
warmte, contact met soortgenoten. Hoe groter het tekort, hoe groter de lust als
dat tekort weer wordt opgeheven. Slecht voor ons is bijv.:
beren of slangen tegenkomen en giftig voedsel eten: het veroorzaakt angst,
walging, of braken.
Negatieve gevoelens beleven we intenser dan
positieve. Voorkómen of oplossen van gevaar heeft biologisch voorrang boven
genieten. In mildere omstandigheden betekent het bijvoorbeeld dat de mate van
ergernis veel groter is bij verlies van een bepaald bedrag in het casino, dan
de mate van vreugde die we beleven bij winst van eenzelfde bedrag. Je paraplu
vergeten hebben in het restaurant blijft langer hangen en ergert meer dan de
voortreffelijke maaltijd waar je even eerder nog van genoot, je nu nog goed
doet. Slecht nieuws krijgt meer aandacht in kranten e.d. dan goed nieuws.
Neerslachtigheid komt vanzelf, voor geluk
moeten we ons inspannen.
Mensen die een miljoen in een loterij
wonnen en mensen die in een rolstoel terechtkwamen bleken na de eerste weken
van euforie c.q. droefheid hetzelfde tevredenheidsniveau te hebben als voor die
gebeurtenis.
Positieve en negatieve gevoelens worden
door verschillende systemen in onze hersenen opgewekt. Om je gelukkig te voelen
is het dus niet genoeg om negatieve ervaringen te bestrijden. Geluk is niet de
afwezigheid van ongeluk. Misschien ben je op een lange wandeling verdwaald en
maak je je ernstig zorgen. Dan vind je ineens in je zak een pepermuntje.
Ondanks de beroerde situatie waar je je in bevindt kan dat je een moment van
geluk opleveren.
De neiging tot vrolijkheid dan wel
neerslachtigheid is voor 50 % aangeboren. (De verdeling over de mensen is
ongeveer gelijk, een even grote groep met een van nature gelukkige, ongelukkige
of neutrale stemming.)
Opvoeding speelt ook een rol: ratten met
een zorgzame moeder verdroegen op latere leeftijd stress beter dan ratten met
een minder zorgzame moeder. Maar zelfs op volwassen leeftijd zijn mensen in
staat om hun hersenen (via hersenonderzoek aantoonbaar) te veranderen in de
richting van “meer geluk ervaren”.
Een filosofische noot: Epicurus doceerde
zijn leerlingen het “pluk de dag”, stel
genietingen niet uit. Daarnaast raadde hij hun aan om regelmatig te fantaseren
dat ze van een afstand naar zichzelf keken. In moderne termen: stel je voor dat
je vanuit een ruimteschip naar jezelf hier op aarde kijkt, hoe onbelangrijk
worden je zorgen dan…
Nieuwe dingen, aangename verrassingen maken
ons gelukkig, evenals de verwachting daarvan. (Het gaan naar een feest, een
vakantie in het vooruitzicht.) Steeds dezelfde pret dooft het plezier gauw uit.
Ratten bestijgen 2 of 3 keer achtereen hetzelfde vrouwtje, daarna is de lol er af. Komt er een nieuw vrouwtje langs, is hij meteen
weer actief. De eerste dagen in een prachtig vakantieoord brengt ons in
verrukking, daarna wordt het ‘gewoon’.
Genieten is fysiologisch gezien altijd
hetzelfde. Het doet er dus niet toe waar we van genieten, als we maar genieten.
(Een koude douche op een bloedhete dag geeft fysiologisch hetzelfde
geluksresultaat als een warme kop soep na een wandeling in de vrieskou.)
Genieten gebeurt als ons organisme krijgt
wat het nodig heeft. Dat gebeurt ook als het lichaam morfineachtige stoffen
aanmaakt om bijv. vermoeidheid te verdrijven: het
“high” zijn van joggers.
Dopamine is een van onze lichaamseigen
stoffen die een plezierig gevoel geven. Alcohol verdubbelt de aanwezigheid van
dopamine, nicotine verdrievoudigt het.
De hersenactiviteit bij verliefd zijn is
dezelfde als die van mensen onder invloed van heroďne of cocaďne.
Sociaal contact maakt gelukkiger.
Iemand die eenzaam is heeft een twee maal
zo grote kans om het komende jaar te overlijden dan mensen die zich geborgen
voelen. Roken maakt die kans slechts 1 ˝ keer zo groot.
Vrouwen met borstkanker bleven volgens een
onderzoek van Spiegel (1991) twee keer langer in leven als zij in een
praatgroep met lotgenoten zaten dan mensen die niet aan zo’n
groep deelnamen.
Intense waarneming verhoogt gevoelens van
welbevinden. Het concentreren
van mediterenden op een voorwerp of eigen ademhaling is hiervan een voorbeeld.
Dit hangt mogelijk samen met geen normale (= zorgelijke) gedachten toelaten.
Concentratie komt ook veel voor bij
hobby’s. Het maakt niet uit wat je doet, maar dat je iets geconcentreerd
doet, zodat er geen ruimte over is in je hersenen voor zorgwekkende gedachten.
Hoe wij ons voelen is veel meer afhankelijk
van hoe wij een situatie beoordelen, dan hoe de situatie feitelijk is.
Als we in een sombere stemming zijn, staan
we ook meer open voor negatieve berichten uit de omgeving dan voor positieve.
Een zichzelf versterkend proces.
Omstandigheden zijn maar voor 10%
verantwoordelijk voor ons geluk.
Boven een inkomen waarmee we ons redelijk
kunnen redden levert meer geld niet meer geluk op.
Depressieve mensen merken hun
geluksbelevingen vaak niet op terwijl ze er wel degelijk zijn.
Intensief met iets bezig zijn, zodat je
jezelf vergeet en als het ware automatisch bezig bent geeft een geluksgevoel.
Csikszentmihalyi noemt dat flow. De meeste mensen vinden werk dat niet te
moeilijk en niet te makkelijk is veel bevredigender
dan in hun vrije tijd maar wat rondhangen.
In een welvarend land als Duitsland noemt 3
van de 10 mensen zichzelf gelukkig, iets meer dan 50% voelt zich door de bank
genomen tevreden met zijn leven.
In Karala, een provincie van India, is het
gemiddelde inkomen 40 euro per maand. De levensverwachting is daar 74 jaar.
Bijna iedereen werkt er op zijn eigen lapje grond, geld wordt niet geďnvesteerd
in welvaart (fabrieken en luchthavens), maar in gezondheidszorg en scholing.
Brazilië is zes maal zo welvarend als Karala, maar men wordt er minder
oud (gemiddeld 66 jaar), en de mensen zijn er gemiddeld minder gelukkig dan in
Karala.
Bepalend voor geluk is niet het nationaal
inkomen, maar de onderlinge gelijkheid. Hoe kleiner de inkomensverschillen hoe
gelukkiger. In Hongarije verdrievoudigde het nationaal
inkomen tussen 1970 en 1990, tegelijk daalde de levensverwachting met een
vijfde. Reden: de verschillen in rijkdom zijn veel groter geworden.
Een andere factor voor geluk is
kunnen beschikken over het eigen lot. Het ontbreken van medezeggenschap bij werk en het niet of nauwelijks
hebben van politieke invloed leidt tot vaker ziek zijn. (Hoe goed is een
verenigd Europa voor ons als het grotere politieke afstand tot de burger
veroorzaakt?) Een experiment in een aantal Amerikaanse bejaardentehuizen
waarbij werd ingevoerd dat de senioren een keuze konden maken met betrekking
tot het dagelijks menu en voor hun eigen planten
moesten gaan zorgen, leidde tot een afname van het aantal sterfgevallen van 50%
per jaar.
Elkaar steunen (betrokkenheid),
controle over het eigen leven (competentie en autonomie), intens met
iets bezig zijn (flow) en sociale gelijkheid zijn geluksfactoren.
Eenzaamheid, niets doen en het gevoel van hulpeloosheid werken het gevoel van
ongelukkig zijn het meest in de hand.
Geluk kun je maken:
* Vermijd of verdrijf somberheid: Heb je
neiging tot neerslachtigheid lees dan minder de krant,
kijk minder naar het journaal, vermijd zoveel mogelijk contact met negatief
ingestelde mensen
*
Schrijf je sombere gedachten op. Als ze concreet zijn kun je ze beter
bestrijden. En ze sneller loslaten doordat je ze niet hoeft te onthouden.
* Injecteer jezelf met plezierige
gedachten en herinneringen. Bedenk regelmatig waar je blij mee bent, waar je
dankbaar voor bent en herinner je momenten waarop je gelukkig was. Je kunt ook
een dagboek daarvan bijhouden.
* Hou je bezig
met interessante of plezierige dingen. Doe iets in plaats van niets. Als je
stil zit concentreer je dan actief op wat je hoort, ziet, voelt. Maak daarbij
regelmatig de zin af: nu ben ik me bewust van…
* Kies veranderingen. Rij eens via een
andere weg naar je werk. Ga eens naar een andere kroeg.
* Verheug je op wat gaat komen. Fantaseer hoe leuk het zal zijn. Voorpret is op zich goed
voor je stemming, maar het maakt ook de kans groter dat als die gebeurtenis er
werkelijk is, je er daadwerkelijk meer van geniet. (Het je negatief voorstellen
in de hoop dat het meevalt, werkt niet).
* Bedenk bij dingen die negatief lijken
welk voordeel er aan vast zit. “Elk nadeel heb
zijn voordeel”.
* Bedenk eens welke positieve woorden je
kunt bedenken beginnend met een A, B enz.
* Zijn er positieve woorden die je
speciaal aanspreken, bijv. vrolijkheid, plezier,
blijdschap, geluk, breng daar dan een ritme in aan en gebruik die woorden
regelmatig als een mantra.
* Laat regelmatig het woord 'ja' door je
lichaam gaan.
* Ontspan af en toe je spieren welbewust.
* Visualiseer regelmatig een wolk van
licht en liefde om je heen.
* Zorg voor lichaamsbeweging.
* Vertel andere mensen positieve verhalen.
* Wees vergevingsgezind.
Volgens Roos
Vonk zijn er drie hoofdfactoren die het gevoel van geluk veroorzaken: Het
A-B-C van geluk:
1.Autonomie: De vrijheid hebben om onze
eigen keuzes te maken.
2.Betrokkenheid: Ons verbonden weten met andere
mensen.
3.Competentie: Het gevoel goed te zijn in wat
we doen.
Van deze drie
is betrokkenheid de belangrijkste. In het onderzoek van Vonk kozen 4000
deelnemers uit dertig mogelijkheden die dingen die hun het gelukkigst zouden
maken. Dat leidde tot de volgende top 10:
Het gevoel dat iemand
van je houdt
Het gevoel dat jij van
iemand houdt
Een goed gesprek met een
vriend
Het gevoel
dat je echt contact hebt met iemand
een compliment of blijk van waardering
Mooi weer of
in de natuur zijn
Luisteren naar mooie
muziek
Knuffelen
(met volwassene,.kind, dier)
Erin slagen
een lastig probleem op te lossen
Goede seks of
een aankoop die precies is wat je zocht.
Overgenomen met
toestemming van
en met dank aan prof. Dr. R. Vonk.
http://www.vonk-zelfbepaling.nl/
Gedrag dat gezondheid bevordert
Door literatuurstudie komt Morse tot een aantal leefregels die de lichamelijke gezondheid aantoonbaar
bevorderen:
1.
Ga veel met andere mensen om. Dit zorgt voor een scala aan
emoties, die we, net als verschillende vitamines, allemaal nodig lijken te
hebben.
2.
Schakel het verstand elke dag een poosje uit door iets te doen
waar je niet bij hoeft na te denken: tuinieren, postzegels verzamelen,
mediteren.
3.
Zorg voor vaste rituelen, bijv. iedere
dag om dezelfde tijd eten. Dit geeft houvast in tijden dat je het moeilijk
hebt.
4. Geloof in genezing. Het doet er niet toe of dat in God is, in pilletjes, in de kracht
van stenen, in het advies van je huisarts of in homeopathie.
5. Neem zoveel mogelijk zelf beslissingen. Het gevoel dat je zelf je leven kunt
beďnvloeden vermindert het aantal ziektedagen.
6. Geef en ontvang liefde. Liefde verlengt het leven. Woede verkort het.
7. Knuffel vaak. Drie maal per dag knuffelen van mens of huisdier, leidt tot een
betere gezondheid.
8. Richt je vooral op de gezonde delen van jezelf en word je bewust van
de voordelen die je van je ziekte hebt
9. Mediteer
regelmatig. Dat
geeft een veranderd
bewustzijn, en een minder snel van je stuk zijn. De golven houd
je niet tegen, maar je kunt wel leren surfen.
10. Wees
optimistisch. Optimisten hebben een betere gezondheid dan
pessimisten.
Bron: Melvin Morse:
Waar God woont: Rijswijk:
Elmar, 2001.
Deze gezondheidsregels vertonen grote
overeenkomst met wat Stefan Klein en Roos Vonk benoemen als factoren die het geluk
bevorderen: gezelschap hebben (betrokkenheid), invloed kunnen uitoefenen
(autonomie) en bekwaam zijn (competentie) terwijl een positieve
instelling deze factoren bevordert en er omgekeerd
door bevorderd wordt.
Positieve instelling:
1. Voorkeuren hebben in plaats van
eisen. Je bent dan minder dwingend naar jezelf en anderen en minder
gefrustreerd als dingen niet zo gaan zoals jij wilt. (Je voelt je milder en
minder snel incompetent.)
2. Relativeren.
Hierdoor kom je minder snel in verwijt en zelfverwijt terecht. Raak
je minder uit je evenwicht.
3. Je
inspannen. Iets ondernemen en het niet
te snel loslaten van je doelen geeft je uiteindelijk de bevrediging van je
competent voelen.
4. Jezelf en anderen positief bejegenen: let op de
goede dingen, vermijd 'onderuit halen', wees tolerant, vergeef jezelf en
anderen
Naar: F.Sterk en Sj. Swaen:
Denk je sterk.
Utrecht: Kosmos, 1997.
Naar:
Richard Wiseman:
De Geluksfactor.
Amsterdam: Meulenhof, 2003.
Sommige mensen voelen zich een geluksvogel,
anderen hebben de indruk dat ze altijd pech hebben. Volgens Wiseman is geluk of
pech geen aangeboren eigenschap, het komt niet door een geest van buitenaf die
het goed of slecht met ons voorheeft, maar het heeft alles te maken met onze
eigen instelling, met wat wij denken en hoe we dingen aanpakken.
Verschillen tussen gelukvogels en
pechhebbers.
Geluksvogels zijn extraverter: ze
maken meer oogcontact, glimlachen meer en hebben een open lichaamshouding (geen
gekruiste benen of armen, niet met hun hand aan het gezicht). Ze maken
makkelijker contact met anderen en dat leidt tot meer kansen.
Geluksvogels zijn minder gespannen.
Dat helpt natuurlijk ook in het contact, maar daardoor staan ze ook meer open
voor (onverwachte) mogelijkheden die de omgeving biedt. Uit een experiment
blijkt dat geluksvogels daadwerkelijk geld op straat zien liggen, waar mensen
die meer gespannen zijn het niet opmerken.
Geluksvogels hebben positieve
verwachtingen van de toekomst.
Geluksvogels zien het positieve van
'vervelende' dingen. "Ik heb geluk gehad, ik heb alleen maar mijn enkel
gebroken, het had veel erger kunnen zijn"
Geluksvogels verwachten dat ze succes
zullen hebben, en gaan daardoor langer door als iets tegenzit dan pechhebbers.
Geluksvogels leren van wat er mis
gaat en doen het dan beter. Pechhebbers vermijden liever een dergelijke
situatie in het vervolg.
Geluksvogels ervaren tegenslag als
tijdelijk, ze keren snel terug naar hun geluksgevoel.
Pechhebbers ervaren meevallers als
tijdelijk. Het verandert niet hun idee dat ze notoire pechvogels zijn.
Geluksvogels zijn veel minder bijgelovig.
Ze vertrouwen op eigen kracht en niet op 'magie'.
Geluksvogels vertrouwen meer op hun
intuitie.
Geluk kun je maken:
- Zorg voor een open lichaamshouding
- Maak elke week een praatje met
iemand waarmee je dat normaal niet zou doen, in een winkel, de trein, op je
werk.
- Ontspan jezelf regelmatig: spierontspanning, meditatie, sport
- Koester positieve verwachtingen. Zie
jezelf - van te voren in je fantasie - succes hebben bij een
sollicitatiegesprek, op een feest e.d.
- Schrijf 's avonds alle meevallers op die je die dag zijn overkomen.
- Bij tegenvallers: relativeer:
vergelijk jezelf met mensen die het veel slechter hebben dan jij. Bedenk
hoeveel erger het had kunnen zijn.
- Geef
niet te snel op
- Bedenk bij een niet succesvolle actie hoe
je het de volgende keer beter kunt doen.
- Blijf niet te lang nakaarten over een
tegenslag. Leer ervan, zet het vervolgens uit je hoofd en richt je op
iets positiefs in de toekomst.
- Versterk het geloof in je intuďtie:
Ga eens na wanneer je een ingeving hebt gehad en je er naar handelde, tegen je
verstand in. Heeft dat goed uitgepakt? Ga ook na wanneer je je inwendige
stemmetje hebt genegeerd. Hoe is dat afgelopen? Schenk serieus aandacht aan je
gevoel over iets, ook al lijkt het 'niet passend', onredelijk, onzin e.d. Ook
hierbij helpt meditatie.
- Geloof
rotsvast dat je voor geluk geboren bent.
Aan vaak geluk of pech hebben
lijkt een overtuiging ten grondslag te liggen. Daardoor ervaren geluksvogels de
dingen eerder als meevallers, terwijl ze door hun houding, die uit die
overtuiging voortkomt ook eerder meevallers 'uitlokken'. Je kunt jezelf oefenen
in de dingen waarin geluksvogels goed zijn, maar als je het idee hebt dat jij
wel heel vaak pech hebt, kun je ook proberen om de oude overtuigingen die je
hebt eerst te achterhalen en op te ruimen en te ontdekken welke voordelen het pech hebben misschien ook wel voor je heeft.
Bewerking © Bert
Hendriks, 2004
Zie ook