Door het ontstaan
van de cortex en neocortex, de meest recente hersendelen, is het mogelijk
geworden om te leren van ons verleden en onze toekomst te plannen. Het
onderscheidt ons van de dieren en heeft onze beschaving mogelijk gemaakt. Door
de door anderen vergaarde kennis en onze eigen ervaringen te onthouden zijn we
in staat om welbewust beslissingen te nemen, en door
ons een toekomst voor te kunnen stellen, weten we dat we dat we nu iets moeten
doen om daar later profijt van te kunnen hebben.
Misschien is het
dit proces dat beschreven wordt door de verbanning uit de hof van Eden: het
verkrijgen van ons vermogen om te oordelen door de ontwikkeling van nieuwe
hersendelen.
Het vermogen tot
herinneren van ons verleden en het zicht op de toekomst, brengt naast enorme
voordelen echter ook nadelen met zich mee: we voelen schaamte, schuld en pijn
over sommige dingen in ons verleden, we kunnen bang zijn voor eventuele
gebeurtenissen in de toekomst.
Zit achter het
advies van ‘zijn in het hier en nu’ dan geen verlangen naar niet
meer denken om daardoor geen negatieve gevoelens meer te hoeven te ervaren?
Voor een deel denk ik dat dat inderdaad zo is: tijdelijk het
denken over ons reflecterend denken loslaten kan ons in een diepe staat van
vrede, tijdloosheid en eenheidsbewustzijn brengen.
Voor een ander deel betekent ‘zijn in het hier en nu; niet het geen
weet meer hebben van verleden en toekomst, maar je bewust zijn van je gedachtes
die je daarover hebt. Je kunt je nú bewust zijn van de pijn die je in het verleden
hebt opgelopen; je zit dan niet in die pijn, maar je zit in het besef dat iets
in jou nu die pijn ervaart. Of in positief opzicht: je beseft dat zich nu een prettige
herinnering in je hersens afspeelt. En naar de toekomst kun je jezelf betrappen
op angstige of juist hoopvolle fantasieën.
Door af en toe afstand te nemen van het denken, als
observator te kijken naar waar je hersenen mee bezig zijn, wordt de inhoud
minder belangrijk, de lading gaat er als het ware wat van af (het zijn maar
herinneringen en fantasieën)
en kun je wellicht meer genieten van de directe dingen die er
hier en nu zijn: wat je ziet, hoort, proeft, ruikt en voelt in en aan je
lichaam (en ervaren hoe je hersenen hun best doen om je daarvan af te houden).
Dat is iets anders dan een vlucht uit het leven omdat je het
normale leven niet aankunt.
Zoals bij Eckhart Tolle
het geval lijkt. Op het moment dat hij
zelfmoord wil plegen komt hij tot het besluit om het leven
in zijn totaliteit als onbelangrijk te zien. Achteraf blijkt die vlucht een
koninklijke weg.
Het rationele denken is een prachtig instrument om je leven
welbewust te sturen, we zouden niet zonder kunnen, maar jij bent degene die
bepaalt wanneer je van dat instrument wel of niet gebruik wilt maken. Met
andere woorden, je hebt altijd een vrije keus of je wilt denken of wilt voelen. Of je in je
hoofd zit of goed in je lijf.