Hieronder
vind je een aantal verhalen die boven het alledaagse uitstijgen. Mijn eigen
ervaringen en die van lezers van Open Oog. Heb je ook iets
meegemaakt dat je hier aan toe zou willen voegen, dan houd ik mij van harte
aanbevolen: mailto Bert Hendriks.
Tante Trudy is dood. Dat zei mijn moeder
terwijl we ergens in een zomerhuisje zaten zonder telefoon. Het zou nog 50 jaar
duren voor de mobiele telefoon gemeengoed was.
Een uur later komt een oom van mij op
bezoek, maar mijn moeder was hem voor: ik weet het al zei ze.
Mijn moeder had veel met de dood, wist
vaker wanneer iemand overleden was, de gespelde overlijdensadvertenties
bevestigde dat soms na twee dagen.
Bij het overlijden van haar eigen vader
was er wat consternatie of een gebrouilleerde broer zou moeten worden
uitgenodigd. Mijn moeder wist van te voren te vertellen dat hij uit zichzelf
zou komen, waar hij zich bij de stoet zou voegen en waar hij de stoet weer zou
verlaten. En zo geschiedde.
Er waren op dat moment ook nog twee
zusters van mijn moeder die het niet zo goed met elkaar konden vinden.
Terwijl mijn moeder de badkamer aan het
poetsen was hoorde ze de stem van haar overleden vader zegggen: Zeg tegen Ali
dat ze alleen maar naar Gerda hoeft te gaan en te zeggen: heb je de thee klaar.
Naar ze mij vertelde heeft ze toen geantwoord, zeg dat zelf maar tegen Ali.
Enfin, ‘s avonds een telefoontje van mijn
tante Gerda: “Raad eens wie er vanmiddag op bezoek kwam? Geen woord over wat er
is voorgevallen tussen ons, alleen: heb je de thee klaar”.
Mijn moeder was allerminst blij met haar
paranormale gaven, wilde er eigenlijk niets van weten en er zeker niet over
praten. Maar bovenstaande voorbeelden maakte ik wel mee, en ik was hevig
gefascineerd. Ik wilde zo graag ook dat vermogen hebben, maar helaas, veel van
haar geërfd maar dat niet.
Op de middelbare school gezeten,
verzamelde ik alles wat ik te pakken kon krijgen over parapsychologie. Ook
boeken waarin aan dat onderwerp maar een enkel hoofdstuk was gewijd. De overige
hoofdstukken hebben toen wel mijn studiekeuze bepaald.
Omdat ik in Groningen was afgestudeerd en
mijn eerste baan in Amsterdam was, reed ik nogal eens met de trein van de ene
plaats naar de andere. Tijdens een van de ritten las ik ‘Parapsychologie achter
het ijzeren gordijn’. Genoemd werd het bekende verschijnsel dat als je iemand
geconcentreerd in zijn nek kijkt, je grote kans hebt dat die persoon zich
omdraait. Dat wilde ik wel een
uitproberen. Als je ’s avond in de trein zit, zijn de ramen net spiegels.
Daarom kon ik, zonder opdringerig te zijn
naar een dame kijken die net als ik ook zat te lezen. Zij zat in de coupe tegenover mij. Ik had mij voorgenomen
haar een kriebel in haar duim te geven. Ik concentreerde mij hevig op haar
duim, ondertussen mij voorstellend dat mijn eigen duim erg kriebelde. Na een
minuut of wat legt de dame haar boek weg, trekt haar handschoen uit, en kijkt
en betast de bewuste duim.
Toen ik begin 30 was had ik tijdens een
training een ervaring van totaal ja zeggen tegen mijzelf. Dat leverde een
piekervaring op van 10 dagen. Zo’n piekervaring valt moeilijk te omschrijven.
Woorden als verhoogde helderheid, hoger bewustzijn, ‘alles klopt’ contact met
een wereld die achter het dagelijkse ligt geven het wellicht een beetje weer.
Hoewel ik voordien overtuigd atheist was, had ik een heel sterk godsbesef.
Toen ik voelde dat ik weer uit dat hogere
bewustzijn gleed zei ik hardop: wat nu? Ik hoorde een stem (in mijzelf) die zei
ga het klooster in. Ik: geef me een bewijs dat ik dit niet zelf bedenk. Ik
kreeg toen twee beelden, een kruis en een kermis. Ik: Tja dat ligt voor de hand
(klooster, religie of de wereld), dat kan ik ook makkelijk zelf bedenken. Een
uurtje later zet ik de tv aan en het eerst beeld was dat van een oorlogskerkhof
wat overvloeide in een achtbaan. (Het
programma werd gepresenteerd door Henk van Ulsen en heette: Alles is
ijdelheid).
Maar een klooster was ver van mijn bed.
Ik was en ben niet kerkelijk en het katholieke geloof stond nog verder van me
af dan het protestantisme. Bang ook voor de onvrijheid die ik daar zou
tegenkomen. Tevens angstig mijn zieleheil te verspelen, door niet aan wat ik
ervoer als een opdracht, te gehoorzamen. Het voelde als een enorm conflict in
mijzelf. Zo'n twee jaar later, hoor ik weer een stem die mij zegt om op een
bepaalde plek te gaan wandelen. Dat doe ik. Het is zaterdag en heel mooi weer.
Weer met mijn dilemma bezig tijdens het wandelen. Ik bedenk: misschien moet ik
eens naar een kerk gaan. Met dit mooie weer? Is niet de hele wereld Gods kerk?
Verrek, maar dan kan ook de wereld een
klooster zijn: ik kan monnik zijn en in de wereld blijven leven! Op dat moment
komt er een oude man op mij af (vertelde later dat hij in de tachtig was) en
zei tegen mij: ik ben verdwaald. Ik, wijsneuzig: ja, dat gebeurt wel eens in
het leven. Hij: (verontwaardigd) Ja, maar de vorige keer werd mij de weg
gewezen door een monnik, dat was in de oorlog in Duitsland.
Ik zag zijn opmerking als een bevestiging
voor mijn zelfgevonden compromis.
Dat gaf wel rust, maar toch bleef het
knagen dat het slechts een compromis was. Moest ik niet toch… Heel veel jaren
later, hoor ik een stem die zei: ga naar Zevenkerken.
Nooit van gehoord, ik dacht dat het wel
een stad of dorp zou zijn, maar het
bleek een klooster in Belgie.
Ik heb daar voor drie dagen geboekt. Ze
hadden een gastenafdeling. Ik vond er helemaal niets. De tweede dag kwam ik
andere gasten tegen die mij de weg vroegen naar Jabbeke, een plaats dicht
daarbij waar een museum zou zijn van een of andere schilder.
Ik bood aan ze er heen te rijden, maar
buiten bleken ze zelf een auto bij zich te hebben, en zei: gaan jullie toch
maar op eigen gelegenheid.
Ik ben naar het strand en de haven van
Oostende gegaan, en toen naar huis. Maar eerst even bij een vriendin langs. Die
had de tv aanstaan, een kwis: Het eerste wat ik hoorde was de kwisvraag: Van
wie staat er een musem in het Belgische Jabbeke.
Sinds die tijd was de twijfel over
daadwerkelijk het klooster ingaan eindelijk verdwenen.
Een kennis van mij was op
vrij jonge leeftijd overleden. Een goede vriendin zei tegen mij, toen ik het
haar vertelde: heb je al met hem gesproken? Ik vroeg kan dat dan? Ja, hoor, zei
ze alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Die nacht, de nacht voor de
begrafenis zei ik: Kees, ben je daar? En daar was ie, met een prachtig licht er
om heen. Ik vroeg hem: Kees, kan ik iets voor je doen. Nee, lachte hij, voor
mij kun je niets meer doen , ik ben bij mijn koning, (ik had nooit met hem over
religie gesproken) maar kan ik misschien iets voor jou doen? Ja, zei ik, kun je
me op een of andere manier bewijzen dat dit geen halucinatie, geen fantasie van
mij is. Ja, zei Kees, morgen zul je bij de koffie een suikerzakje krijgen met
een kroontje erop.
De volgende dag, afgereisd naar een voor
mij onbekende stad, Oisterwijk waar de begrafenis zou zijn. Ik was onder de
indruk en was raar genoeg dat verhaal hierboven helemaal vergeten. Ik was
uitgenodigd voor een koffietafel na afloop van de begrafenis, maar kwam
vrienden tegen die niet waren uitgenodigd en besloot met hun mee te gaan om in
de stad gezamenlijk een kop koffie te drinken. Veel gelegenheden waren
gesloten, het was maandagochtend, alleen ‘Het Swaentje’ was open. Je begrijpt
het al, op het moment dat ik de suiker in mijn kopje wil doen, zag ik dat er op
het suikerzakje een kroontje stond en herinnerde ik mij het gebeurde van de
afgelopen nacht.
(Namen van personen zijn fantasienamen)
Toen
mijn vader overleed, ben ik wat noodzakelijke telefoontjes gaan plegen.
Terugkomend in de kamer waar hij zich bevond, hoorde ik hem (als een stem in
mijn hoofd) vragen: Ben ik nu echt dood? Ik zei, ja, kijk maar of er ergens
licht is, en ga daar maar heen. Ik voelde hem omiddellijk verdwijnen.
Even later hielp ik de
begrafenisondernemer om het lichaam van mijn vader in de auto te schuiven. Ik
stond er bij te huilen, tot ik opeens de stem van mijn vader hoorde: ‘Stil
maar, kijk maar achter je, de lucht breekt al’
En inderdaad er was na 7 dagen loodgrijze hemel een klein stukje blauw
te zien.
Een uurtje later bespreek ik met de
begrafenisondernemer o.a. de overlijdenskaart; mijn vader wilde er een tekst op
hebben die begint met: Waar geen wolk zich dreigend toont. Ik kijk naar buiten
en het is strak blauw.
7 jaar later overleed mijn moeder. Toen ik
ging ‘kijken’ hoe het met mijn vader en moeder was zag ik ze samen met een
klein kind. Daar was ik erg over verbaasd. Toen ik deze ervaring aan mijn
oudere zus voorlegde vertelde die mij dat mijn moeder een spontane abortus had
gehad. Ik heb dat nooit, althans niet bewust, geweten.
Om uit te testen hoezeer gedachten kracht
hebben, heb ik mentaal uitgezonden dat ik wilde dat een bepaalde kennis ’s
avonds bij mij op bezoek zou komen. Hij kwam inderdaad.
Toen ik hem vroeg wanneer hij had
besloten te komen, zei hij: ‘toen ik wakker werd dacht ik, ik wil vanavond naar
Bert, maar het bleek, bij een blik in mijn agenda dat ik al een afspraak had.
Even later belt diegene op om de afspraak te verzetten’. Toen mijn kennis
hoorde wat ik gedaan had, werd hij boos. Terecht. Dit soort ongevraagde
bemoeienis heb ik daarna niet meer gedaan.
Ik heb het ook andersom meegemaakt,
beinvloeding op afstand: ik ben twee keer op wintersport geweest, maar ben een
klungel op ski's.
Op een bepaald moment was ik boven aan
een piste en stevende recht op een grote diepte af. Op het laatste moment wist
ik perfect een bocht te draaien, wat ik voordien niet kon. Een vriendin (zeer
ervaren in het skieen) stond beneden aan de piste. Toen ik haar dat
vertelde zei ze: ik zag wat er gebeurde en ik heb staan schreeuwen
(inwendig) wat je moest doen.
Bert Hendriks
Geven dieren
signalen?
Voorspellende droom 1
Voorspellende droom 2
De toekomst zien
Vogel
Een jaar geleden overleed een cursusgenoot van mij.
Nadat zij overleden was verscheen er een duif op de dakgoot
boven haar voordeur.
Hij bleef daar zitten t/m haar uitvaart.
Later die week zat ik thuis op het balcon en er kwam een duif op
de rand zitten en keek mij aan.
1 minuut later vloog hij weer weg.
1 week na haar overlijden zaten wij als cursusgroep bij elkaar
toen er plots een hevige klap ons verraste.
Er vloog een duif tegen het raam waarna hij ongeschonden weer
wegvloog.
2 maanden geleden stond ik bij een lege kamer in het hospice
alwaar ik werk.
Wederom een klap tegen het raam en de duif vloog hier dwars
doorheen naar binnen.
Hij was ongeschonden toen we hem vrijlieten.
Ze heeft mij willen zeggen dat alles nu goed is denk ik.
(Mailto) Alice
Geur
Als vrijwilliger heb ik een tijdje een
gevangene bezocht, met wie ik intensieve gesprekken voerde. Eerst in een huis
van bewaring en later in de TBS kliniek te Groningen. Helaas heeft hij op een
bepaald moment suicide gepleegd.
De eerste jaren daarna rook ik op bepaalde
momenten in mijn leven wanneer er iets heftigs speelde zijn aftershave. Zo zat
ik een keer op een Amsterdams terras toen ik bestormd werd door een groep
wespen. Ik ervoer plots zijn geur en een onzichtbare hand verdreef de wespen.
De persoon die naast mij zat zag het ook gebeuren. Dit contact is er nu niet
meer, maar heeft een paar jaar geduurd. Ik denk dat hij een paar niveau’s
gestegen is. Ik wens hem al het goede en de rust toe.
Mijn zus en ik hebben mijn moeder
tijdens haar ziekbed en na haar overlijden verzorgd.
We namen afscheid van mijn moeder, haar achterlatend
in een naargeestig ziekenhuis.
Voelde mij overmand door zoveel emoties,
verdriet, verslagenheid, en beschaamdheid.
Beschaamd omdat ik niet de kracht kon
opbrengen om te wachten op de mensen die het lichaam van mijn moeder zouden
verplaatsen. Bij mijn zus aangekomen ontvouwde zich een koortsachtig gesprek
over ziekte, geen strijd en pijn meer.
Mijn pijn en verdriet waren op dat
moment zo onbeheersbaar, dat ik niet kon deelnemen aan hun gesprek. Stilletjes
keek ik naar mijn zus, haar man, en mijn vriend.
Van ver glimlachte mijn zus
naar mij, het was alsof ik niet werkelijk aanwezig was.
Plotseling voelde ik een golf van warmte
mijn lichaam binnenvloeien, vanuit voeten mijn naar mijn kruin. Het voelde alsof
ik werd omarmd, zat in een omhulsel en werd opgetild in een gelukzalige warmte,
een droomachtige wereld. Een gevoel van nabijheid, diepe vrede en kalmte in mij
achterlatend.
Het tweede moment was tijdens een les,
in een klein gezelschap op mijn werk. Iedereen van het gezelschap kreeg de
opdracht zijn/haar ogen te sluiten en proberen diep in zijn/haar hart te
kijken.
Heel direct weer die diepe gelukzalige
warmte, een kortstondige diepe kracht dicht in mijn nabijheid. De opdracht onze
ogen te openen deed ik met tegenzin.
De kracht maakte iets in me los, te
omschrijven als: “verlangen erin te verblijven.” Ik opende mijn ogen omdat dit
van mij gevraagd werd, het gevoel was weg, mijn reactie was emotioneel. Hierna
ben ik uit de groep gestapt.
Mia
Ik zat bij een stervende man van 87 jaar
die niet meer aanspreekbaar was.
Na enige tijd voelde ik plots een
liefdevolle aanwezigheid en wist dat het zijn moeder was.
Na een kwartier zei hij:”Mama”.
De volgende dag overleed hij en ik weet
zeker dat zijn moeder hem is komen halen.
Geven dieren signalen?
Was bezig een brief te schrijven. Nog op
zo’n schrijfmachine van voor het pc tijdperk. Had een poes te logeren. Zij ging
voortdurend boven op mijn schrijfmachine zitten, en ik werd steeds
geïrriteerder. Uiteindelijk vroeg ik me af waarom ze deed wat ze deed. Bleek in
mijn brief iets geschreven te hebben dat ik niet mocht doorgeven. Na een nieuw
velletje, (zo ging dat in die tijd…) er in gedraaid te hebben bleef poes
gezellig op tafel zitten.
Bert Hendriks
Ik weet het nog precies, zat in de vierde
klas van de lagere school. Een klas die bestond uit hoofdzakelijk jongens,
allemaal dol op voetbal, één grote club.
De 7 meisjes
die erin zaten waren verdeeld in twee groepjes die met elkaar optrokken. Het
ene groepje bestond uit dametjes die erg gericht waren op mode, make-up,
jongens. Het andere groepje was wat “serieuzer”. Eén meisje hoorde nergens bij,
werd ook vaak gepest en was veel alleen. Ik dacht vaak, wat
kan ik er aan doen, maar behalve dat ik haar zelf niet negeerde en ook nooit
heb gepest, was ik ook niet in staat haar er wel bij te betrekken. Ik
hoopte dat ze een vriendin zou tegenkomen, waardoor ze zich minder ellendig
ging voelen, al was het er maar één.
Op een nacht vlak na de kerstvakantie had
ik ’s nachts een droom. Daarin kwam ’s ochtends een nieuw meisje onze klas
binnen, een onopvallend typetje, lang, mager, donker haar in een staartje. Ze
mocht een plekje uitzoeken van de juf die we hadden.
Ze koos het plekje dat nog leeg was naast Petra (het meisje dat “er niet bij
hoorde”)
Logisch zul je denken,
waarschijnlijk ook het enige plekje wat over was, maar dat was niet zo. Er
waren in mijn droom nog twee lege plekken naast andere meisjes.
De volgende ochtend ging ik naar school, ik
haalde mijn vriendin op, maar ze ging niet mee, ziek…
Toen we in de klas zaten, bleek ook een
ander meisje ziek. Twee extra lege plekken…
Toen ging de deur open, en daar was ze,
het meisje dat ik in mijn droom had gezien! En ze koos het plekje naast Petra.
Ze zijn niet echt vriendinnen geworden,
Petra is altijd het vreemde eendje in de bijt gebleven. Maar voor mij is dit
een gebeurtenis die ik nooit ben vergeten!
Het is gebruikelijk dat bloemen, die
tijdens een dienst de kerk sieren, na de viering bij mensen worden bezorgd die
een steuntje in de rug goed kunnen gebruiken. In alle gevallen is er bij die
mensen meer aan de hand dan een gewoon griepje. Het eerste deel van het volgende
verhaal wist ik omdat ik het een paar weken eerder in een droom had beleefd. Ik
wist toen nog niet dat ik voorspellende dromen had.
In mijn omgeving is een echtpaar waarvan
de vrouw regelmatig ziek is. Nu de man ziek is, vraag ik me af wat er aan de
hand is. Ik zou eigenlijk eens moeten informeren hoe het met hem gaat, of
gewoon aanwippen, maar het komt er niet van. Druk, druk, druk (en wat was dat
deze keer een geluk) Wat me ook niet lekker zit is dat ik de bloemen die na de
kerkdienst bij hem zouden worden bezorgd, niet heb
gebracht. Terwijl ik toch degene ben die voor hun huis langs rijdt. Stom van
mezelf dat ik niet heb aangeboden om dat te doen, ik snap daar absoluut niets
van.
Een paar weken later zit ik zondags
(echt) in de kerk. Aan het eind van de dienst doet een diaken de afkondiging.
Ze zegt: “De bloemen gaan deze week naar de heer …. , wie wil ze brengen.” Van
schrik zit ik verstijfd op m’n stoel. Mijn schuldgevoel begint zich te roeren:
waarom heb ik ze nooit gebeld, ben niet langsgegaan, dit is helemaal foute
boel, twee keer bloemen binnen een paar weken, wat is
daar wel niet voor ergs aan de hand”. Terwijl in mijn verbijstering dit
allemaal door mijn hoofd spookt, is er iemand anders die door middel van hand
opsteken aangeeft de bloemen wel te willen bezorgen. Ik voel me een beetje raar.
Als de man in kwestie een paar weken
later zelf weer in de kerk zit, en er ook nog gezond uitziet, weet ik niet meer
wat ik er van moet denken. Ik spreek later voorzichtig zijn
vrouw aan, die verteld dat hij een paar weken eerder ziek uit het buitenland is
teruggekomen, en ze hebben maar één keer bloemen ontvangen. Het begint bij mij
langzaam duidelijk te worden wat er aan de hand is geweest, waarom ik niet
aanbood om die bloemen te bezorgen (omdat ik verbijsterd was). Ben blij dat ik
niet eerder naar zijn gezondheid had geïnformeerd, hij moest toen immers nog
ziek worden. Achteraf
had ik als kind al korte momenten die ik al eens eerder beleefd had. Ik stond
er nooit bij stil wat dat was, het hoorde gewoon bij mij.
Een prachtige zomerse zaterdag. Lekker
vrij en mijn moeder en ik zouden een dagje gaan winkelen en daarna lekker uit
eten.
We vertrokken vroeg om de dag mee te
kunnen pikken en om een uur of 10 waren we in Groningen. We moesten onze auto
kwijt in een parkeerkelder en toen bleek dat er meer mensen waren die het
zelfde idee hadden opgevat. Er stond een gigantische rij! En er kon pas iemand
naar binnen als er iemand naar buiten ging, dus het ging erg traag.
Ik zei: “dat wordt nog wat, dachten we
lekker vroeg te zijn, nu moet je ook nog maar net een plekje kunnen vinden als je
binnen bent..”
En toen zag ze het, een stukje vooruit in de tijd
waarschijnlijk. Ze vertelde dat ze ons door de slagboom zag rijden en daarna
was gelijk het eerste plekje rechts vrij en daar konden we mooi staan. We
lachten er om, zo van: ja, dat zou mooi zijn…, maar dat kan niet!
Tot we aan de beurt waren en een kaartje
pakten, de slagboom ging omhoog, en het eerste plekje rechts vrij was…….
Tjitske
Het lezen van het Open Oog van vandaag (29-4-07/
nr. 17. b.h.) over boosheid was een bijzondere
ervaring voor mij. Ik was net door een hele cyclus gegaan van verontwaardiging,
het opstellen van een aanvallend ingezonden stuk en tenslotte
het zitten mediteren en uiteindelijk een vriendschappelijke verbindende e-mail
versturen. De aanleiding was dat een vrouw in een kopieerwinkel weigerde mijn
affiche voor meditatieve bijeenkomsten
te kopiëren omdat ze de inhoud gevaarlijk vond! Het woord meditatie kwam er in
voor en daardoor kon je kwade geesten aantrekken... evenals door healing (wat
er niet in voor kwam). Uiteindelijk kon ik de angst zien in deze vrouw, maar
ook haar liefde om te verhinderen dat andere mensen en zelfs ikzelf geestelijk
beschadigd konden worden. Ik had haar net een begrijpende en verzoenende e-mail
verstuurd, toen ik eerste zin las: “Wat
zeg je tegen jezelf, nadat je boos bent geweest?”
Het antwoord op die vraag
dat nu spontaan in me opkwam was: “weer
wat geleerd” of: “dank je voor de les”. Daarna las ik het citaat
van Paul Ferrini : “Een Spirituele beoefening is om elke negatieve gedachte die je over
anderen of over jezelf hebt uit te dagen en te laten vallen. Zolang deze
gedachten bestaan, voel je je afgescheiden van je ware Zelf en het ware Zelf
van anderen.” Vooral deze laatste zin trof mij, ik ervoer dat gevoel van
herstelde harmonie in mijzelf.
(Mailto) Cornelis